Wat zien onze konijnen nu eigenlijk?

Wij fokkers bekijken onze konijnen maar al te dikwijls met argusogen, zeker als er geselecteerd moet worden, of als de tentoonstellingen zich weer eens aandienen. Mogelijk heeft menigeen zich ook wel eens de vraag gesteld wat deze konijnen zelf nu eigenlijk wel en niet kunnen zien.

Waarom is het voor een konijn soms moeilijk om hun eten te vinden terwijl dat toch recht voor hun neus ligt", "Waarom schrikt een konijn zo snel als iemand de stal in komt met een plastic tas? En kunnen onze konijnen nu wel of geen kleuren onderscheiden?.

Eerst en vooral moeten we bedenken dat het zicht van een konijn een heel andere ontwikkeling heeft doorgemaakt dan het oog van mensen en primaten. Onze ogen zijn vooraan geplaatst in de schedel en geven zowel binoculair als dieptezicht. Voor een diersoort die oorspronkelijk bestemd was om door bossen te rennen en te springen was dit zeer elementair. De natuur schonk ons bovendien een uitstekend kleurenzicht zodat onze voorouders gemakkelijk fruit en smakelijke bloemen konden vinden.

Het zicht van een konijn moet echter aan heel andere dingen voldoen. Niet snuffelen en doorzoeken zijn belangrijk, maar wel de onmiddellijke en gemakkelijke detectie van aankomende predatoren uit gelijk welke richting. De ogen van een konijn zijn hoog in de schedel geplaatst en meer zijwaarts gericht, waardoor het mogelijk wordt om bijna 360 ° te overschouwen. Ook het gevaar dat uit de lucht komt, wordt gemakkelijk waargenomen. Konijnen zijn verziend. Ze kunnen opschrikken van een overvliegend vliegtuig, dat voor het menselijk oog niet of nauwelijks zichtbaar is. (Maar het zou wel eens een roofvogel kunnen zijn, dus rennen!)

De blinde vlek

De prijs die het konijn betaalt voor dit opmerkelijk ruime gezichtsveld is een kleine blinde vlek onmiddellijk voor zijn neus. Voorwaarts geplaatste tasthalen en lange lepelvormige oren moeten dit kleine verlies om predatoren te detecteren compenseren.

Opdat een dier een binoculair zicht zou hebben moet het gezichtsveld van beide ogen zich tot een zekere graad overlappen. De centrale blinde vlek in het gezichtsveld van het konijn belet dit echter en verhindert dat het dier een drie dimensioneel zicht heeft van objecten die erg dichtbij zijn.

Als je konijn je van de zijkant aankijkt met het hoofd schuin, dan kijkt hij je in feite zo recht mogelijk aan. Van op korte afstand mist het echter elk dieptezicht.

Kleuren

Over het algemeen hebben gewervelde dieren twee soorten lichtgevoelige cellen op hun netvlies; staafjes en kegeltjes. De kegeltjes zorgen voor een scherp beeld met een hoge resolutie en wanneer er meerdere type kegeltjes aanwezig zijn, zorgen ze er ook voor dat je meerdere kleuren licht kunt onderscheiden. Wij mensen, bijvoorbeeld, hebben drie soorten kegeltjes waarmee we alle kleuren in het rode, blauwe en groene gedeelte van het kleurenspectrum kunnen zien. Samen zorgen de kegeltjes ervoor dat we in staat zijn om alle kleuren van de regenboog te zien.

De andere lichtgevoelige cellen, de staafjes, zorgen ervoor dat je goed kunt zien in het donker, maar geven een onscherp 'korrelig' beeld. Konijnen hebben in verhouding tot mensen veel meer staafjes. Een konijn kan in de schemer dus veel beter zien, maar wat ze zien is onscherp en 'korrelig '.

Uit gedragsstudies, die in de jaren zeventig plaatsvonden, blijkt dat konijnen moeite hebben om kleuren van elkaar te onderscheiden en dus vrijwel kleurenblind zijn. Ze kunnen enkel groen en blauw van elkaar onderscheiden, hoewel ze deze kleuren waarschijnlijk anders zien dan wij. Waarschijnlijk hebben konijnen slechts twee type kegeltjes.

Wat een konijn ziet

Nu vraag je je misschien af of je konijn jou goed kan zien of dat je enkel een grote vlek bent. Door middel van onderstaand voorbeeld probeer ik dit uit te leggen.

Terwijl je deze pagina leest, gebruik je een heel klein gedeelte van je netvlies, het fovea centralis (gele vlek) genaamd, om naar de letters te kijken. In dit gedeelte zitten heel veel kegeltjes, zodat je alles scherp en met een hoge resolutie kunt zien.

Konijnen hebben ook kleine gebieden met meer kegeltjes dan staafjes. Maar deze gebieden bevatten veel minder kegeltjes dan het fovea centralis bij de mens. Het beeld dat een konijn heeft is een stuk 'korreliger' dan bij de mens, maar voor een konijn is het voldoende. Dit 'korrelige' beeld in combinatie met jouw stemgeluid, manier van bewegen en je lichaamsgeur stelt je konijn in staat om jou te onderscheiden van andere mensen, mits je geen tas draagt waardoor je lichaamsvorm totaal verandert.

Meer weten over hoe konijnen de wereld zien, kan helpen om hun gedrag beter te begrijpen en hierop het eigen gedrag aan te passen.

Geraadpleegde bron: D Krempels "What rabbits see"