Op tentoonstellingen hoort men de liefhebbers
soms zeggen dat ze dit jaar meer rammen hebben gefokt dan voedsters. Hoe komt
dat nu?
Dit heeft niets te maken met koud of warm weer. Normaal gezien doet de natuur
gewoon haar werk en is het zo dat er van beide geslachten evenveel geboren worden.
Elke cel van mens, dier of plant bestaat uit een slijmerige vloeistof, protoplasma genoemd, met daarin een lichaampje, de celkern. Dit alles wordt omgeven door een vlies. In de celkern bevinden zich een even aantal chromosomen.
Bij onze konijnen zijn dat 22 paar chromosomen
en elk paar is anders van vorm.
Fokkers weten, dat wanneer een konijn in rui is, er nieuwe haren zullen komen.
De oude sterven af en nieuwe komen er voor in de plaats. Dit gebeurt doordat
de haarcellen zich steeds delen: 1 wordt 2 wordt 4 en zo gaat dat door tot in
het oneindige.
Het ontstaan van twee nieuwe cellen uit één oude komt doordat
de kern zich in twee splitst. Zo doet ieder chromosoom dat ook.
Het gevolg is dus dat er twee cellen ontstaan elk met een kern met daarin weer
22 paar chromosomen.
In de geslachtsorganen van beide geslachten ontstaan zaaddiertjes en eicellen.
Ook deze zaadcellen en eicellen delen zich. Maar dit gebeurt anders dan bij
andere cellen. Het resultaat is, dat bij vorming van een nieuw individu één
paar chromosomen van de moeder en één paar van de vader samenkomen
in de bevruchte cel en daar dus weer samensmelten tot het oorspronkelijk aantal
van 44 chromosomen.
Nu bestaat elk chromosoom of dit zich nu in een
kern van een haarcel of een spiercel bevindt, weer uit genen, kleine deeltjes
die tesamen een stukje vormen.
Elk van deze genen bevat erfelijke eigenschappen.
Daardoor bepaalt iedere gen mede het eindresultaat. Voor de haarstructuur kan
dit rex zijn in plaats van normaal haar en zo gaat dit ook voor hangende oren,
ronde koppen enz….
Meerdere genen samen zorgen dus voor een klein wonder. Met de nodige dosis geluk
pakt het in ons voordeel uit,
bijvoorbeeld meer intense kleur bij zwart, vollere pelsen, zuiverdere kleuren
enz..
Er zijn ook genen die het geslacht bepalen. Dit
zijn de geslachtschromosomen X en Y
Het mannelijke dier heeft 21 paar chromosomen plus één Y-chromosoom
en één X chromosoom
Het vrouwelijke dier daar en tegen heeft 21 paar chromosomen en twee X chromozomen.
Wanneer men een voedster laat dekken dan zal
een zaaddiertje samensmelten met een eicel en ontstaat er een bevruchte eicel
met 22 paar chromosomen; 22 chromosomen van het zaad- diertje en 22 van de eicel.
Nu zijn er twee gevallen mogelijk, of de bevruchte eicel bevat naast de 21 paar
gewone chromosomen één Y- en één X-chromosoom en
dan wordt het konijn een ram, of de eicel bevat naast de 21 paar gewone chromosomen
twee X-chromosomen en dan ontstaat er een voedster
In theorie worden er evenveel rammen als voedsters geboren.
Het mannelijke dier is door het Y chromosoom dus geslachtbepalend.
Als men dit op lange termijn bekijkt en over
de hele populatie zal het aantal rammen en voedsters in evenwicht zijn.
.
Het belangrijkste is dat men in verschillende maanden voedsters laten dekken.
Je zult dan ondervinden dat er de ene maand meer rammen en de andere maand meer
voedsters worden geboren.
Men moet dit ook bekijken over verschillende jaren.
Hier bij mij zijn er dit jaar meer voedsters geboren dan rammen. Het kan volgend
jaar anders zijn.
De ouderdom van de ram telt hier niet mee.
Wel is het beter om een jonge voedster eerst aan een oude ram te geven, van
wie we weten dat hij jongen steekt en ook zijn werk al kent.
Het is altijd belangrijk dat de dieren op het moment van kweek in topconditie
verkeren. Niet te veel eten geven voor de dekperiode!
De ram niet te veel laten dekken in een korte periode.
Alle combinaties goed noteren en zien of de resultaten goed zijn, zodat er eventueel
tijdig veranderd kan worden van ram.
Veel succes
W de Witte
A. keurmeester Konijnen