De voeding van een volwassen konijn moet bestaan uit een flinke hoeveelheid grassen en vooral onkruiden, een kleine hoeveelheid krachtvoer en een onmisbare portie hooi. Daarnaast moet er steeds voldoende drinkwater beschikbaar zijn.
Het is best mogelijk om een konijn alleen met droogvoer in een goede gezondheid te houden, maar het leven van een konijn wordt zo wel erg eentonig. Als we kijken hoe gevarieerd een wild konijn in de vrije natuur eet, dan kunnen we gissen hoeveel we een konijn tekort doen door hem dagelijks uitsluitend biks voor te zetten.
Uiteraard zijn er omstandigheden waaronder men niet anders kan en derhalve wel gebruik moet maken van dit eenvoudige brokjesvoer. Maar ik kan u verzekeren dat er toch niets boven de meer 'natuurlijke' voedingsmethode gaat. Met mij hebben talloze konijnenfokkers en liefhebbers er baat bij gehad hun dieren op deze wijze met een beetje krachtvoer, vers drinkwater, een portie hooi, en vooral verse grassen en onkruiden in een optimale gezondheid en een geweldige conditie te houden.
Kruiden verzamelen
Het konijn is van nature een kruideneter. Uit voederproeven is gebleken, dat vele onkruiden een zeer hoge waarde als konijnenvoer bezitten. Vele onkruiden zijn licht verteerbaar en bezitten een eiwitgehalte, dat even hoog is als van eiwitrijk krachtvoer.
In april komen de eerste kruiden. Er mag echter nooit plotseling van het winterrantsoen op uitsluitend groenvoer worden overgegaan. Men moet met zeer kleine hoeveelheden bij wijze van versnapering beginnen. Het spijsverteringskanaal moet langzaam aan het groenvoer wennen. Plotselinge overgang leidt tot spijsverteringsstoornissen zoals trommelzucht en hebben maar al te vaak de dood van het dier tot gevolg.
Het kruidenrantsoen mag nooit eenzijdig zijn. Het wilde konijn eet vele planten in kleine hoeveelheden. Het dagelijkse rantsoen moet daarom steeds uit een aantal verschillende kruiden zijn samengesteld. Het dier heeft hierdoor ook een vrije keuze. Dwing nooit uw konijn een kruid te eten, dat hij weigert. Uw konijn weet beter wat geschikt voor hem is, dan uzelf. De ervaring heeft geleerd, dat een konijn de voor hem giftige planten niet eet. Alleen door honger gedwongen begint hij hiermee en dan meestal met dodelijk gevolg. Let daarom bij het verzamelen van de onkruiden goed op wat je plukt. Door een gemengd rantsoen worden dergelijke ongelukken eveneens voorkomen.
Verzamel uitsluitend jonge en frisse planten op een plaats waar deze niet door dieren of verkeer verontreinigd werden.
Volgende planten zijn eetbaar en kunnen dus verzameld worden.
Akkerkool
Bereklauw (niet de reuzebereklauw die tot 2m en meer reikt)
Bijvoet
Boerenwormkruid : voorzicht met deze plant, niet teveel van geven
Brandnetel (grote -, kleine brandnetel)
Cichorei
Distels (roodbloeiende: Akkerdistel, Kale jonker, Kruldistel)
Dovenetels (Witte, paarse, gevlekte)
Duizendblad
Ganzenvoet
Gele ganzebloem
Hennepnetel
Herderstasje
Herfstleeuwentand
Herik
Karwei
Kamille - reukloze kamille
Kleefkruid
Klein hoefblad
Klissen (kleine -, grote -, gewone -)
Knopherik
Kromhals
Kruiskruid
Melde
Melkdistels (akker -, ruwe melkdistel
Paardebloem
Perzikkruid
Reigersbek
Spurrie
Thrincia (helaas geen foto)
Varkensgras
Viltige duizendknoop
Weegbree (grote -, smalle -, ruige weegbree)
Wilde peen
Wilgenroosje
Zevenblad
Zilverschoon
Zuring (veld-, ridder-, krulzuring)