Als konijnenfokker ben ik al verscheidene jaren bezig met het
fokken van dwergkonijntjes. Jaren geleden had ik nog verschillende andere rassen
waar ik ook mooie uitslagen mee behaalde, maar toch vind ik dat het dwergras
mij het meest aanspreekt.
Waarom ?
Allereerst heb je niet zoveel plaats nodig wat mij uiterst schikt, daar ik in
de stad woon en dus maar over een beperkte ruimte beschik. Nu moet ik wel opmerken
dat er meer voedsters moeten aangehouden worden dan bij een ander ras.
Het ligt in mijn bedoeling een grotere interesse op te wekken voor het fokken
van dit dwergras. Hierbij dan enkele nuttige aanwijzingen die het u een stap
gemakkelijker zal maken tot een beter fokresultaat met dwergen te komen.
Zoals u allicht reeds weet of misschien al ondervonden hebt is een dwergras fokken niet te vergelijken met het fokken van een ander ras. Het is zeker geen gemakkelijke klus om enkele goede jongen groot te brengen, die dan nog dienen te voldoen aan de standaardeisen.
Om tot een goed resultaat te komen moet u in eerste instantie
goed uitgerust zijn en beschikken over goede hokken, kweekbakken en natuurlijk
(en zeker niet in het minst !) over gezonde dieren.
Om over goede gezonde dieren te kunnen beschikken moet u zich wenden tot een
goed en eerlijk fokker die zal proberen u goed fokmateriaal te leveren. Hij
zal natuurlijk niet zijn fokmateriaal van de hand doen, maar wel zonen of dochters
die evenwaardig zijn voor de fok. Met een goede ram kunt u alle kanten uit zelfs
indien de voedster dan nog iets minder is. Vergeet u hierbij niet dat aankoop
uit een goede stam borg staat voor het bekomen van een goed resultaat !
Wat nu de kweek betreft : geenszins hiermee vroeg beginnen ! Laat uw dieren dekken in de maand april, zodat in mei de eerste jongen geboren worden. Desgevallend zal de temperatuur ook al wat gunstiger zijn en zal u bijgevolg minder risico lopen dat er dieren het slachtoffer zouden worden van de (barre) koude. Binnenkweken is in ieder geval aan te bevelen op voorwaarde natuurlijk dat de mogelijkheid zich hiertoe stelt. In dit geval mag de kweek dan al aangevangen worden in januari of februari waarbij u dan wel let op de gepaste temperatuur (18 à 20 graden) en op de aanwezigheid van kunstlicht vanaf 7 tot 20 uur teneinde de dagen te kunnen verlengen (gewoon het seizoen opschuiven). Dit resultaat zal u dan nog het zelfde jaar ten goede komen.
Het staat als een paal boven water dat de kweekresultaten
altijd beter zullen zijn met oude dieren dan met jonge. Uitzonderlijk zal een
jong dier op een tentoonstelling AA behalen !
Een dwergkonijn groeit snel maar vertoont een trage ontwikkeling waarmede u
rekening dient te houden. Ingeval de voedster drachtig is mag u haar dan ook
niet meer van voedsel voorzien dan normaal nodig : dit is totaal verkeerd, volg
de gewone gang van zaken zoals vroeger. U wil in elk geval resultaat behalen
van uw inspanningen, de normaalste zaak terwereld ! De meeste dwergen zijn gewoonlijk
voorzien van een smal bekken, een typisch verschijnsel voor dit ras. U dient
met deze lichaamsbouw rekening te houden daar wij wel allemaal proberen dwergen
te fokken met dikke koppen en het is nu juist deze verkeerde handelswijze die
de fokker ernstige problemen kan opleveren.
In geval u met voedsters (smal bekken, 800 à 900 gram) gaat kweken, zal
u negen op de tien keer geen levende Jongen ter wereld zien komen.
Verklaring? Welnu, gewoonlijk zijn die voedsters één à twee dagen overtijd zodat de jongen die dan geboren worden gewoon gestikt zijn.
Dieren met lange oren hebben altijd smalle koppen een samenhangend
verschijnsel.
Mag er met deze soort dieren gefokt worden ?
Een goede vraag waarop het antwoord in elk geval neen is ! Ik, spreek de mogelijkheid
niet tegen dat er toch een dier zou kunnen tussen zitten die mooi van uitzicht
is ingeval u toch met bovengenoemde dieren zou fokken doch verdere fokpogingen
zullen alsmaar twijfelachtiger worden Aan u dus hieruit de nodige conclusies
te trekken. Anders is het nu gesteld met dieren die brede schedels vertonen
en waarbij de ogen zover mogelijk uit elkaar staan en die tenslotte nog een
goed gebogen neusbeen hebben. Dergelijke soort dieren zullen altijd korte oren
hebben, een verschijnsel dat u al na 7 weken gemakkelijk zal kunnen vaststellen
of zelfs al vroeger.
De jongen dienen reeds na 7 weken één voor één bij de moeder weggenomen te worden. Voedsters die jongen hebben laat ik uit ervaring opnieuw dekken waarbij ik de eerste jongen nog drie weken in het gezelschap van de moeder
laat zodat zij rustig de tijd heeft zich voor te bereiden op haar volgend nest dat één week later zal volgen. Voorgeschreven werkwijze volg ik tot eind september.
In de maanden oktober en november verkeren de dieren volop in een verharingsstadium zodat kweken in dergelijk toestand niet aan te bevelen is. Immers, de dieren hebben al hun kracht broodnodig om succesvol uit hun verharingstoestand te komen! Gun aldus uw dieren de nodige en voorziene rust wat enkel maar aan een goed resultaat kan ten goede komen !
Mij rest nu nog enkel u, geachte lezer, een goed en probleemloos fokseizoen toe te wensen en met veel goede dieren als resultaat.
U van harte alle succes toegewenst
W. De Witte
keurmeester